Hechting

Zolang ik mij kan herinneren, heb ik grote belangstelling gehad voor menselijk gedrag, met name voor de verborgen oorzaken ervan. Waarom leiden sommigen een gelukkig en bevredigend leven en lukt dat anderen totaal niet? Waarom hebben sommigen een hechte relatie en loopt het bij anderen steeds mis?  Wat is hierin de sleutel?
Uiteindelijk vond ik het antwoord op deze prangende vraag in de ontwikkelingspsychologie en de hechtingstheorie. Onderzoek laat namelijk zien dat wij ter wereld komen met een vernuftig vermogen tot intermenselijk contact. In mijn woorden: er is sprake van een aangeboren talent voor verbondenheid.
In welke mate- en hoe effectief dit talent vervolgens tot ontwikkeling komt, is een andere kwestie. Gebleken is namelijk dat, eenmaal volwassen, ons (on)vermogen om in verbondenheid te leven vooral bepaald wordt door datgene dat wij daarover als kind hebben ervaren, aan- en afgeleerd. Ook al zijn we ons daar totaal niet van bewust, al die ervaringen te samen blijken van cruciale invloed op de mate waarin ons aangeboren talent voor verbondenheid effectief tot ontplooiing is gekomen dan wel op allerlei manieren gestagneerd is geraakt.
Heel vergelijkbaar dus, met elk ander talent: wil het tot ontwikkeling komen, dan moet het op effectieve wijze getraind en geoefend worden in een didactisch gunstig (veilig) klimaat.