Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, ’t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn.

Maria Vasalis
uit: Vergezichten en gezichten,
Van Oorschot 1954
 
Op internet vond ik de volgende uitleg bij Sotto Voce:

Het afgesneden zijn doet pijn, zegt Vasalis. Ze vergelijkt het met een blad. Denk aan een herfstblad, dat van de boom is gevallen (= afgesneden) en dat gaandeweg vergaat.

Een blad heeft nerven, die je kunt beschouwen als de levensaders en het geraamte van het blad (waar Vasalis in haar gedicht ook naar verwijst). Het is prachtig, zoals zo’n blad in elkaar zit, maar als het eenmaal is gevallen en heel alleen op de grond ligt te vergaan, blijft er maar weinig van over. Alles wat dan nog rest is vergankelijkheid en de pijn die deze vergankelijkheid met zich meebrengt.

Ik denk dat Vasalis probeert te verwoorden hoe groot het verdriet kan zijn als je in de steek wordt gelaten door een geliefde. Of misschien bedoelt ze dat de geliefde is overleden; dat de dood het lijden veroorzaakt. Hoe dan ook: je bent uit elkaar, de liefde is over (het blad is van de boom) en alles wat overblijft is een vage, pijnlijke herinnering (het geraamte) aan wat ooit was: de liefde.